Blog 6

 

”Een rondje Leerdam op de schaats”

 

Een oer-Hollands tafereel uit vervlogen tijden! We zien schaatsers en mensen met sleetjes die zich vermaken op het ijs buiten de stadsmuren van Leerdam. De Veerpoort hier rechts in de verte, dus deze tekening is gemaakt vanuit de noord-westhoek van de stad. Deze tekening met het opschrift 'Veer Poort' van Jan de Beyer wordt gedateerd tussen 1739 en 1817. Philippus van der Schley

heeft dit werk gedrukt. 

 

Op de voorgrond zien we de korenmolen van de stad. Op de plek waar eens de rondstenen stellingmolen stond, stond eerst een standerdkorenmolen die wegens bouwvalligheid is gesloopt en door de Dordtse molenmaker Pluijm werd vervangen door een nieuwe molen. Bij de molen hoorde ook een rosmolen om in geval van langdurige windstilte toch te kunnen malen. Deze werd in 1770 nog herbouwd. 

 

Tot aan de afschaffing van de 'heerlijke rechten' in de Franse tijd was het een dwangmolen waar de inwoners van het graafschap Leerdam en de baronie Acquoy verplicht waren om daar hun graan te laten malen. Op de windmolen werd ook een dag per week run gemalen voor leerlooierijen. De molen was eeuwenlang eigendom van de prinsen van Oranje als graven van Leerdam, later van de Kroondomeinen, maar kwam in de 19e eeuw in particuliere handen. 

 

De laatste molenaar was Jiles Kon, die de molen al vanaf circa 1860 huurde. Zijn zoon Adrianus Kon werd in 1914 de eigenaar. De molen was tot 1914 in bedrijf. In 1922 volgde onttakeling en in 1952 sloop tot op ongeveer baliehoogte. In 1943 was er nog sprake van herstelplannen, maar die werden

nooit gerealiseerd. Naast de molenromp was in de jaren tachtig van de vorige eeuw een kleine tingieterij gevestigd. In 1999 werd de molen verder gesloopt en werd er een (op dit moment roze gekleurd) wooncomplex gebouwd, 'De Molenburcht' (Westwal 34), waarvan de vorm nog herinnert aan de molen.

 

We gaan naar de tweede (dubbele) litho. De prent toont "Het Steedje Leerdam aan de Linge op Asperen ziende 1750” en “Leerdam van een anderen kant 1750". Deze prenten zijn gepubliceerd in "Het verheerlykt Nederland" naar een tekening van Jan de Beijer en gedrukt door Hendrik Spilman.

Bij de bovenste prent zien we rechts de molen aan de Lingedijk, middenvoor de Veerpoort en links de korenmolen aan de Westwal.

 

De onderste prent laat ons wederom de molen op de noord/westhoek zien. 

Over de tekenaar: Jan de Beijer (geboren in Aarau (Zwitserland) op 24 september 1703 – overleden te Emmerik, 15 februari 1780) was een Nederlands tekenaar van stads- en dorpsgezichten uit de 18e eeuw. Hij werd geboren in Zwitserland, waar zijn vader Johan Jacob de Beijer huurlingen wierf voor de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Op zesjarige leeftijd verhuisde Jan de Beijer met zijn ouders naar Emmerik. Rond 1722 ging Jan de Beijer naar Amsterdam om bij Cornelis Pronk het

tekenvak te leren. Cornelis Pronk (Amsterdam, 1691-1759) was toen de bekendste topografisch tekenaar van de Nederlanden. Naderhand woonde De Beijer in Emmerik en Vierlingsbeek van waaruit hij reisde om tekeningen te maken in Limburg, Gelderland, Oostelijk Brabant en het gebied van de

Nederrijn van Emmerik en Kleef tot Uerdingen. Veel van zijn werken werden als illustratie in boeken opgenomen, waaronder "Het Verheerlykt Nederland", een uitgave in 9 delen van 1745 tot 1774. Ook werden zijn tekeningen veel door particulieren gekocht.

 

In 1751 vestigde De Beijer zich in Amsterdam, waarna de nadruk van zijn werk op het gebied rond Amsterdam en Haarlem kwam te liggen. Veel van zijn werk uit deze periode is terug te vinden in De Atlas van Fouquet, een verzameling van 102 prenten van Amsterdam, uitgegeven door Pieter Fouquet (1729-1800).

Na zijn werkzame periode in Amsterdam vertrok De Beijer naar het gebied rond Kleef (waar exact is onbekend). Volgens sommige bronnen overleed hij in Emmerik, maar ook Kleef en Doesburg worden genoemd als plaats van overlijden.

 

Over de drukker: Philippus van der Schley (Amsterdam, 1724 - 29 oktober 1817) werd gedoopt op 23 augustus 1724. Hij leerde de graveerkunst van zijn broer Jacobus van der Schley, die vanaf zijn twaalfde les heeft gehad van R. Picart. Philippus hielp Jacobus 14 jaar met zijn werkzaamheden als etser en graveur. Hij hield zich ook enige tijd bezig met het geven van onderwijs en werd ‘makelaar in de kunstwerken’ (kunsthandelaar dus). Tot zijn dood toe bleef hij tekenen.

 

Over de drukker van het tweede werk: Hendrik Spilman (Amsterdam, 17 februari 1721 - Haarlem, 3 februari 1784) was een Nederlands topografisch graveur, tekenaar en schilder. Hij was een leerling van Abraham de Haen (de jongere, 1707-1748). Spilman was in 1742 geregistreerd bij het Haarlemse

Sint-Lucasgilde. Er zijn slechts weinige schilderijen van hem bekend, waaronder een "Het Korte Spaarne te Haarlem bij winter", dat zich bevindt in het Haarlemse Frans Hals Museum. Wel zijn er veel tekeningen van hem bewaard gebleven, die aantonen dat hij het land rondtrok om gebouwen en landschappen te schetsen, die later tot tekeningen werden uitgewerkt. Een voorbeeld is een schetsboek van zijn hand dat zich in het Rijksmuseum Amsterdam bevindt en waarin 65 schetsen van Noord-Brabantse dorpsgezichten en kastelen zijn opgenomen.

Als zijn belangrijkste werk worden zijn schetsen in het topografische werk:

Het Verheerlijkt Nederland beschouwd. 

 

Bronnen: 

http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.335603

http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.658365

http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.658361

Molendatabase