Blog 10

 

"De haven van Leerdam op een populaire kalender"

 

Vandaag bekijken we een ets die misschien wel de meest bekende prent van Leerdam is geworden. De originele ets is 18,8 cm. x 31,7 cm. en in bezit van het Rijksmuseum.

Het werk is gemaakt door Ludwig Willem Reymert (Willem) Wenckebach en heeft als titel 'De haven te Leerdam’ in 1899.  Duidelijk is te zien  dat de woontorens van de Zuidwal met hun voeten in het water

stonden. Tot 1915 was dit het geval.  

 

Als we goed kijken op de foto van het krantenknipsel, zien we in het atelier van Wenkebach, het bijbehorende schilderij op de schildersezel staan! Wenckebach heeft een serie etsen gemaakt om te laten verwerken in een kalender. De ‘Haven Leerdam’ zat verwerkt in deze serie. De prent is daardoor waarschijnlijk in Leerdam en daarbuiten heel bekend geraakt. De kalenderplaat zal vermoedelijk ook vaak zijn ingelijst en opgehangen in Leerdamse huiskamers. Zo kregen wij er voor de expositie Oud-Leerdam maar liefst vier stuks aangeboden.  

 

Ludwig Willem Reymert Wenckebach, ('s-Gravenhage, 12 januari 1860 – Santpoort, 25 juni 1937), ook bekend als Willem Wenckebach, was een Nederlands kunstschilder, illustrator, boekbandontwerper en graficus. Zijn vader was Eduard Wenckebach, een grondlegger van de Nederlandse telegrafie,

zijn moeder was Maria Geertruida Elisabeth Cornelissen. Willem Wenckebach was een broer van de Nederlandse arts Karel Frederik Wenckebach en van de Directeur Staatsmijnen Henri Johan Eduard. Ook was hij oom en leermeester van de beeldhouwer en kunstschilder Oswald Wenckebach. 

 

Willem Wenckebach volgde aanvankelijk een opleiding voor tuinarchitect aan de Tuinbouwschool Linnaeus in Amsterdam, waarna hij in 1878 naar Utrecht vertrok om leerling te worden van de Utrechtse schilder D.P. van Lokhorst (1848-1893) en van de zeeschilder Jacob Eduard van Heemskerck van Beest. Als jong veelbelovend kunstenaar verwierf hij een Koninklijke Subsidie, wat hem in staat stelde om van 1880-1884 naar Parijs te gaan. Terug in Utrecht werd hij lid van het Genootschap Kunstliefde, waar hij bevriend raakte Anthon van Rappart. Met hem trok Wenckebach erop uit om en plain air te schilderen, onder andere op Terschelling en in Drenthe. In 1886 zegden beiden hun

lidmaatschap van het behoudende Genootschap Kunstliefde op na een conflict over onder meer het tekenen van vrouwelijk naakt. Via Anthon leerde Willem Wenckebach ook Vincent van Gogh kennen, op wiens aanraden Wenckebach zich een tijdje in het toentertijd bij kunstenaars geliefde Brabantse Heeze zou vestigen.

 

Behalve met Anthon van Rappard was Wenckebach bevriend met Hendrik Petrus Berlage en Antoon Derkinderen. Zoals zoveel kunstenaars in zijn tijd maakte hij zowel toegepast als vrij werk. Met zijn toegepast werk werd Willem Wenckebach een van de bekendste en meest productieve illustratoren en grafisch vormgevers van zijn tijd. Hij is vooral bekend gebleven door zijn aquarellen, in een impressionistische, kleurrijke stijl, voor de Verkade-albums van Jac. P. Thijsse. Bekende

voorbeelden zijn Het Naardermeer (1912) en Texel (1927). De illustraties maakte hij op zijn tochten door Nederland, die hij samen met Jac. P. Thijsse en de andere illustratoren van de albums, waaronder Jan Voerman jr. en Jan van Oort, ondernam. Voor Het Naardermeer maakte Wenckebach ook het ontwerp voor de boekband. In Amsterdam is Wenckebach ook bekend gebleven door de

vele pentekeningen die hij van 1898-1907 van het oude Amsterdam maakte. Deze werden gepubliceerd in het Nieuws van de Dag. Later werden de tekeningen nog meerdere malen in boekvorm uitgegeven. 

 

Behalve tekenaar en schilder was Willem Wenckebach ook een gevraagd boekbandontwerper. Eerder maakte hij bijvoorbeeld boekbandontwerpen voor werken van Louis Couperus, zoals Eline Vere (1889), Een lent van vaerzen (1893) en Orchideeën (1895). Zijn boekbanden ontwierp hij vaak in de stijl

van de Nieuwe Kunst. Naast de landschapsschilderijen en illustraties voor de Verkade-albums heeft Wenckebach ook veel pentekeningen gemaakt van Oud-Amsterdamse stadsgezichten, die als etsen werden gepubliceerd door het Amsterdamse dagblad De Courant/Nieuws van de Dag.

Aan deze krant was hij vanaf 1886 verbonden als medewerker. Veel van deze tekeningen zijn later

meerdere malen in boekvorm verschenen. Wenckebach was dus een echte all-round illustrator. Toch bleef Willem Wenckebach schilderen, vooral landschappen, die hij exposeerde bij Arti et Amicitiae, waarvan hij in 1889 lid was geworden.

 

Vanaf 1910 had hij ook regelmatig solo-exposities bij kunsthandels. Zijn schilderijen verkochten daar zo goed, dat hij in 1917 stopte met illustreren om zich weer volledig op het schilderen toe te leggen. Willem Wenckebach gaf ook les aan aan de Kunstnijverheidsschool te Haarlem. Behalve zijn neef

Oswald Wenckebach telde hij onder zijn leerlingen ook: Rie de Balbian Verster-Bolderhey, Frans Baljon, Johan Briedé, Johan Jacobs, Marie Jorissen-Cox, Johannes Josseaud, Kees Laan, Jan Harm Oostendorp. 

 

Wenckebach tekende en schilderde voornamelijk in de stijl van de Haagse school. Hij schilderde veel van zijn landschapsschilderijen in de buurt van Wolfheze, in Drenthe of in de Hollandse duinen (vaak bij Schoorl en op Texel).

Blijft er voor ons nog één vraag over, wat is de reden dat deze Haags/Amsterdamse schilder, nu uitgerekend diverse werken in Leerdam en omgeving heeft gemaakt? We denken de aanleiding te hebben ontdekt – en vertellen het morgen. Wordt vervolgd!

 

Bronnen: 

• Rijksmuseum: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.220371

• De Maasbode van 30-07-1905

• Het nieuws van den dag : kleine courant, 01-08-1905, de Vierjaarlijksche te Arnhem

• Het nieuws van den dag : kleine courant, 27-02-1913

• Algemeen Handelsblad, 08-12-1933

• Haagsche courant, 28-06-1939